'Een democratische revolutie’: kopt NRC Handelsblad vanochtend. Het initiatief #Geenpeil lijkt de benodigde 300.000 handtekeningen binnen te hebben. Een referendum over de associatieovereenkomsten tussen de EU enerzijds, en Oekraïne, Moldavië en Georgie anderzijds lijkt er te gaan komen. Uniek: het zal voor de eerste keer zijn dat de kiezer advies mag geven op basis van de Wet Raadgevend Refendum.

Zelf heb ik vanaf het begin getwijfeld over het wel of niet tekenen van het initiatief. Onderstaande voors en tegens heb ik tot nu toe verzameld. Misschien interessant voor de mede-twijfelaars. Tekenen kan nog online tot zondagavond 23.59 uur.

Voor:

1. GeenPeil stimuleert debat over EU:
Hoeveel kiezers hadden gehoord over de Europese associatieovereenkomsten voor Geenpeil? Weinigen buiten de politieke en diplomatieke bubbel, zo schat ik in. Honderdduizenden burgers volgen nu met interesse deze discussie: voor hun staat er nu iets op het spel. Het lokt commentatoren zich te uiten, dwingt politici positie te kiezen en straks tijdens het referendum zal dat allemaal nog een tandje feller gaan. Eindelijk debat over Europa. Eindelijk brede betrokkenheid. Als je gelooft dat debat leidt tot betere argumenten en standpunten, dan is Geenpeil een zegen.

2. Feedbackmechanisme voor kloof tussen kiezer en gekozene over de EU
Nergens is de kloof tussen kiezers en gekozenen zo groot als over het Europese project. Het is niet voor niets dat vooral populistische flankpartijen met teleurgestelde kiezers (PVV, SP, Partij voor de Dieren) tegen de Europese associatieakkoorden hebben gestemd. Veel onderzoek laat zien dat opvattingen van kiezers nogal verschillen van politieke partijen als het over de E.U. gaat. De kiezer wordt daarom expres weinig gevraagd als het om Europese wetgeving gaat. Ten koste van alles willen partijen het echec rondom het referendum van 2005 voorkomen. Ook toen kwam pijnlijk naar voren dat de politieke partijen echt een andere koers voeren. Of het terecht is dat partijen een andere koers varen dan de kiezer wil is een tweede. Maar het is goed dat burgers nu ook eens kunnen terug bijten: de kloof wordt expliciet zichtbaar met het referendum als feedbackmechanisme. Politieke partijen zullen zich daarover moeten verantwoorden: of de standpunten aanpassen óf duidelijk uitleggen waarom ze doen wat ze al jaren doen.

3. Hiep hoi, democratische experimenten!
Het is de eerste keer dat burgers zich hebben kunnen verenigen en een raadgevend referendum hebben kunnen afdwingen. Het geeft mensen die het gevoel hebben dat ze óf niet gehoord worden óf vinden dat de wetgever onzorgvuldig is geweest de kans hun stem te laten horen. Dit is bijzonder: buiten de traditionele politieke partijen om weten honderdduizenden burgers zich te verenigen. De wetgever krijgt er een levendig debat, een betrouwbare peiling van de stemming en een assertieve kiezer voor terug. Allemaal waardevol. Hoe het in de praktijk zal uitpakken weet niemand nog. Feit is wel dat dit soort democratische experimenten waardevol zijn. Inzicht krijgen of dit een zinvolle toevoeging aan de democratie is valt alleen maar toe te juichen. De democratie in Nederland is immers al verroest genoeg. Democratie is niet voor bange mensen, en we zullen nieuwe democratische mechanismes moeten vinden nu de kiezer traditionele vormen van participatie vaker mijden. Geenstijl doet daar continue aan mee (congressen overvallen, stemmen tellen, referenda organiseren). Misschien draagt dit type referenda bij aan een vitalere democratie: laten we het eens proberen.

4. Open eindes associatieovereenkomsten
Inhoudelijk is een groot deel van de associatieovereenkomsten belangrijk, maar politiek niet heel interessant. Weinig mensen zullen tegen economische samenwerking en vrijhandel zijn via de afbouw van import- en exporttarieven en de afbouw van quota’s. Daar wordt iedereen beter van. De politieke inhoud valt in twee delen uitéén: versterking van de democratie en rechtsstaat (yes, hard nodig in die regio!) én een vorm van ontwikkelingssamenwerking.

En bij dat laatste zit de angel.

De mensen achter het referendum zijn bang dat er miljarden gestoken moeten worden in de betrokken landen. Daarbij is de volgende zin veelzeggend in de associatieovereenkomst: ’Oekraïne in aanmerking komt voor financiële bijstand via de relevante EU-mechanismen en -instrumenten voor financiering’. Oekraïne, een land in oorlog die moet bedelen bij het IMF en crediteuren om financieel niet bankroet te gaan is allerminst een financieel gezonde staat. De associatieovereenkomst geeft de ruimte veel geld te steken in het land. Er zijn geen concrete plannen, maar het is wel een open einde. Akkoord gaan met deze associatieovereenkomsten houdt dus een groot risico in: mogelijk moeten we veel geld in het land steken zonder dat daar veel zeggenschap tegenover staat. We weten simpelweg niet hoe dit zal lopen, het kan vriezen het kan dooien. Verstandig?

5. Vraagtekens bij houding politici
De mannen van Geenstijl hebben weinig op met politici. Ze zijn er ronduit cynisch over. Ik deel dat cynisme niet. Maar de houding van veel politici t.o.v. #Geenpeil stoort me. En je kunt je afvragen of het niet goed is als de kiezer arrogante politici kort houdt en hun eraan herinnert waarom en namens wie ze in de Tweede Kamer zitten.

Zo zijn er politici zoals VVD’er Bas van ’t Wout die vooraf al aangeeft zich niks te zullen aantrekken van een eventueel referendum. ‘Ons standpunt zal niet wijzigen van dit referendum’: zo zei hij. Hij noemt burgerinitiatieven ‘democratische knutselwerkjes’ en toont zich daarmee vooral een arrogant Kamerlid. Hij haalde immers maar 1178 stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen. Dat is nog geen 2% van de stemmen die nodig zijn voor het halen van de kiesdrempel. Met zo weinig stemmen spuugt hij wel erg op de kiezer waarvan hij alleen maar via zijn partij een mandaat heeft gekregen.
Een ander goed voorbeeld is Alexander Pechtold. Ik was ronduit verbaasd te horen dat hij niet de gehele associatieovereenkomst had gelezen. Hij heeft er wel vóór gestemd. Van politici mag je verwachten dat ze wetsteksten lezen voor ze erover stemmen. En zeker bij verdragen die de geopolitieke situatie in Europa raken. Alleen afgaan op je fractiespecialist is onvoldoende. Als diezelfde politicus tegen een referendum is, terwijl hij zelf voor zijn kiezers niet de moeite neemt een verdrag te lezen is dat niet serieus te nemen.Hallo representatieve democratie waarbij wij burgers politici een mandaat geven om hun tijd te besteden aan wetgevingsprocessen waar wij geen tijd voor hebben! Als fractieleiders zoals Pechtold niet de moeite nemen zich hiervoor te interesseren, dan lijkt het me prima dat de kiezer zich er zelf maar over buigt. 

Tegen:

1. Een referendum is een domme methode
Een referendum is een domme methode: ja of nee zeggen op honderden afzonderlijke voorstellen en afspraken tussen 31 betrokken landen stelt de kiezer én politiek voor het blok. Ben je het op een subonderdeel oneens, dan moet je het geheel afwijzen. Tegelijkertijd is het onmogelijk na afloop van het referendum vast te stellen wat er veranderd moet worden. Tegelijkertijd hebben we nu niet beter, want Geenpeil moet roeien met de riemen die het heeft. Maar kijk nog maar eens naar wat Van Mierlo zei in 2005 na afloop van het referendum over de Europese Grondwet in 2005. Beter kan ik het niet verwoorden

2. De teleurstelling waarvan je weet dat die zal komen
Het referendum is een raadgevend referendum over een verdrag waarmee zowel de Eerste als Tweede Kamer met grote meerderheid hebben ingestemd. Omdat er nog 30 andere parlementen (27 EU-landen plus Oekraïne, Moldavië, Georgie) betrokken zijn, moet Nederland verdraaid goede argumenten hebben wil het besluiten het verdrag te torpederen. 
Je kunt wel raden wat er gaat gebeuren bij een negatieve uitkomst: dat gaat niet gebeuren. Dit zijn grote geopolitieke overeenkomsten, daar komt Nederland niet aan te pas.
Het resultaat is voorspelbaar. De kiezer is dan weer boos, Geenstijl zegt zie-je-wel en het circus draait door. Het beschadigt de legitimiteit van de E.U. verder, terwijl het zichzelf amper kan verweren. Wat zou jij anders doen immers als politicus?
Het nare is de cynische gedachte achter de opzet: Geenpeil weet dat dit referendum niets aan de zaak zelf zal veranderen (‘het onderwerp boeit me weinig’ zegt de campagneleider), maar wel de legitimiteit van de E.U. verder ondermijnt. In feite hopen ze op een uitkomst van een referendum waar vervolgens niets mee gedaan wordt. Dat is een zuivere en diepzwarte vorm van cynisme.

3. Verkeerde onderwerp
Waarom heeft Geenpeil gekozen voor de associatieovereenkomsten met Oekraïne, Georgie en Moldavië? Niet alle wetgeving is referendabel. Maar deze associatieovereenkomsten zijn op de financiële open eindes na niet echt interessant. We hebben met zoveel landen associatieovereenkomsten. Vrijhandel is ook al niet controversieel. Verspreiding van ideeen over de rechtsstaat en democratie evenmin. Visum-afspraken ook al niet. De overeenkomsten zijn democratisch via alle betrokken parlementen opgesteld en geratificeerd. Het in de steek laten van deze landen op een moment dat Rusland in toenemende mate zich agressief opstelt is voor de betrokken landen een drama.

Waar had het dan wel over moeten gaan? Nou, daar waar het grootste democratische tekort van de EU zit op dit moment: de euro en het begrotingsbeleid. De toenemende soevereiniteitsoverdracht zonder steun van de kiezer baart mij meer zorgen dan een associatieovereenkomst. De komende paar jaar is de kans groot dat er een substantiële soevereiniteitsoverdracht zal plaatsvinden van het meest basale parlementaire recht: het begrotingsrecht. Een referendum daarover, een welhaast constitutioneel referendum, zou ik beter persoonlijk een beter onderwerp vinden.

4. Valse argumenten
Geenpeil bedient zich niet altijd van de meest zuivere argumenten. Zorgt een associatieovereenkomst ervoor dat Oekraïne, Moldavië en Georgie in de toekomst lid van de EU worden? Ze verwijzen naar Kroatië als voorbeeld. Dat is selectief: we hebben ook associatieovereenkomsten met de Palestijnse Autoriteiten bijvoorbeeld: echt geen aspirant-lid. Van Rompuy mag Oekraïne de worst hebben voorgehouden dat de Oekraïne ooit in de verre toekomst misschien kandidaat kan worden, maar dat is voorlopig maar een slag in de lucht. Eerder nog zal Turkije lid worden, en daarvan weet vrijwel iedereen ook dat dit niet zal gebeuren.
Een ander argument is dat we betrokken raken bij de oorlog tussen de Oekraïne en Rusland. Er is echter geen militaire verplichting verbonden aan de associatieovereenkomsten. 
Ten slotte wordt ‘meer democratie’ beloofd als er een referendum komt. De vraag is of andere landen in de EU (28 landen) dit ook zullen vinden. We delen onze democratie met andere Europeanen via het Europese project. Gaat er één dwarsliggen, bijvoorbeeld per referendum, dan is dit vanuit een Europees oogpunt niet per sé democratisch. De vraag is of Geenpeil niet teveel leeft in een wereld van natiestaten terwijl grote delen van het buitenlandbeleid (inclusief alle handelsafspraken) allang gedeeld zijn op Europees niveau.

5. Geopolitiek aan de kiezer laten?
Een referendum is een dom instrument concludeer ik net. De vraag die je net zo goed kunt stellen is of het verstandig is geopolitieke zaken aan de kiezer te laten. Het machtsevenwicht in Europa en het zoeken naar nieuwe verhoudingen in Midden- en Oost-Europa zijn bepaald geen simpele zaken. Wat mij betreft zijn dit geen zaken voor een hype-gevoelig referendum die vooral gaan om het uitdrukken van een emotie (‘we worden niet gehoord’) van een redelijk ongeïnformeerd electoraat. En ja, daar hoor ik ook bij, wat weet ik nou van Moldavië? Geopolitiek is voor wijze ervaren diplomaten en staatsmannen. De kiezer is immers geen Kissinger. Elitair? Ja. So what.

6 Comments