Soms zeg je als politicus iets wat klopt, maar niet juist is. Mark Rutte deed dat vorige week vrijdag met het Oekraïne-referendum:

    ‘Premier Mark Rutte benadrukte gisteren nog maar eens dat burgers zich echt geen zorgen hoeven te maken dat Oekraïne lid zal worden van de EU. "No way! We hebben dit soort verdragen ook met andere landen, zoals in Midden-Amerika. Sommige landen doen misschien wel mee aan het Eurovisiesongfestival, maar dat wil niet zegen dat ze ook lid worden van de EU.’

Rutte moet natuurlijk koorddansen. Zijn eigen partij is gespleten, de kiezers zijn verdeeld. De Ruttiaanse oplossing: de boel downplayen. Een (scheve) vergelijking, een geruststelling, een grapje. Zo kennen we Rutte. Oud-Hollandse gezelligheid gaat bij hem boven een principieel gesprek. 

Maar wat als deze aanpak nu eens niet olie op de golven werpt, maar juist olie op het vuur?

Het referendum over de toekomstige Europese status van Oekraïne is een goed voorbeeld. Dit referendum komt niet uit het niets. Het is een reactie op de onvrede dat toenemende Europese integratie zich lijkt te onttrekken aan democratische controle. Een meerderheid van Nederland is voor lidmaatschap van de Europese Unie, maar vindt tegelijkertijd dat de burger weinig te zeggen heeft over voortgaande integratie. Politieke leiders zijn niet eerlijk. Thuis geven ze af op Europa, in Brussel is het ouderwets handjeklappen. Je bestelt het één, je krijgt het ander. Europese integratie is daarmee een weg vooruit zonder democratische rem. Het is schizofreen, en de kiezer ziet het.

Dat derde steunpakket voor Griekenland zou er nooit komen volgens Rutte. Het kwam er. De Italianen konden volgens Bolkestein niet in de euro. Hij stemde voor. De Europese Grondwet was begraven in 2005 zei Van Aartsen. Om er vervolgens mee in te stemmen. Of die luchtbrug van vluchtelingen uit Turkije volgens Rutte: allemaal veel te voorbarig. Drie dagen later was het er. Het is politiek van de voldongen feiten. Je flirt met euroscepsis, om vervolgens eurogezind te kussen.

Het is een cynisch spel dat Rutte’s VVD speelt. Mede daarom waren er binnen no-time waren 427.939 kiezers bereid een handtekening te zetten om via GeenPeil een referendum aan te vragen. Om een streep in het zand te zetten.

Het hele referendum gaat de aanvragers dus niet over de toekomt van Oekraïne. Die zijn het grote slachtoffer van het referendum. Positief gesteld gaat het over de roep om eerlijk politiek leiderschap en zeggenschap. Of negatief gezien: burgers pesten politici terug en hijacken een verdrag. Als voorstander van een Europees Oekraïne kun je gaan mokken hoe onredelijk dat is, want dat is het. Of je accepteert dat politieke onredelijkheid ook onredelijke burgers oplevert. Kiezers die hun gram willen halen. En dat je enkel dat wantrouwen kunt wegnemen door eerlijk en open te zijn in het vervolg. 

En daar wringt de schoen. Want die openheid en eerlijkheid is er niet. Rutte verstopt zich in een formeel argument dat materieel weinig voorstelt. Populair gezegd: Rutte zegt dat het associatieakkoord met Oekraïne niet over lidmaatschap van de EU gaat, terwijl het in feite een opmaat is naar vergaande integratie van Oekraïne in de Europese Unie. Zo vergaand en onvergelijkbaar met andere associatie-akkoorden, dat het de facto een half lidmaatschap is. En in de toekomst mogelijk een hele, het kan namelijk een tussenstation zijn. De kiezer is niet gek en ziet dat heus wel.

Of je nu voor of tegen gaat stemmen bij het referendum, die eerlijke boodschap dient verteld te worden. En ook als pro-Europeaan moet je niet gek opkijken dat als je e.e.a. gaat downplayen, je dat later terug zult krijgen. 

Goed, hoe zit dat dan?


Bijzondere karakter associatie-akkoord Oekraïne
Bij de presentatie noemde EU-president Herman van Rompuy in 2014 het akkoord het ‘meest vergaande akkoord dat ooit is uitonderhandeld door de Europese Unie’. Waarom is dit zo? In het kort komt dat door twee zaken: het akkoord behandelt Oekraïne alsof het een lidstaat is van de Europese Unie zonder dat het lid is en ten tweede gaat het over meer dan handel alleen.

In tegenstelling tot andere akkoorden is het associatie-akkoord een integratie-akkoord. Het doel is om Oekraïne volwaardig toegang te geven tot de volledige Europese interne markt. Hiervoor moet het een groot deel van haar wetgeving rondom handel en producten aanpassen. Ook moet het aan de waarden van de Europese Unie delen, wil het deze handel kunnen drijven. Om hiervoor in aanmerking te komen moet het voldoen aan Europese eisen en standaarden die grotendeels samenvallen met de juridische criteria voor toelating tot de Europese Unie (de Kopenhagen-criteria). Ook krijgt het toegang tot de Europese instituties. Lees hier meer over het bijzondere karakter.

Daarnaast bevat het akkoord hoofdstukken over allerlei onderwerpen die voorbij het handelsakkoord gaan. Wat te denken van coördinatie van het buitenlandbeleid (via het GVBV), samenwerking op gebied van defensie, eisen aan rechtsstaat en democratie, bestrijding van corruptie. Maar ook: onderwijs, natuur en milieu, toerisme, cultuur, proliferatie van kernwapens en ruimtevaart. Het is daarmee niet alleen een vrijhandelsakkoord, maar ook een politiek akkoord.

Maar die andere associatieakkoorden dan?
Rutte verwijst graag naar de andere associatieakkoorden van de Europese Unie. Denk aan Chili, Jordanië en Israel. Of naar het nog te ratificeren akkoord met Midden-Amerika. Deze akkoorden gaan over handel en mensenrechten, maar vormen geen alternatief voor of opmaat naar EU-lidmaatschap. Deze hebben geen hoofdstukken over politieke integratie en militaire samenwerking, en zijn dus minder verstrekkend.

Tegenstanders gebruiken graag andere associatieakkoorden als voorbeeld om te stellen dat het toch echt een opmaat vormt naar EU-lidmaatschap. Denk aan de Stabilisatie- en Associatieovereenkomsten (SAO’s) die de Europese Unie de afgelopen jaren sloot met landen als Albanië, Kroatië, Servië, Kosovo en Montenegro. Maar ook associatieakkoorden met Bulgarije en Roemenië of Turkije. In deze akkoorden staat de expliciete doelstelling dat de akkoorden een opzet vormen naar EU-lidmaatschap, in tegenstelling tot het Oekraïne-akkoord. De politieke integratie van de Balkan zal dan ook bijvoorbeeld doorgezet worden komende jaren. 

Zowel voor- als tegenstanders vergelijken dus appels met peren. Het associatieakkoord met Oekraïne is een nieuw soort verdrag. Het is onvergelijkbaar met de klassieke handelsakkoorden met landen op verre afstand, noch met potentiële EU-kandidaatlidstaten. Het is een nieuw beestje. Eentje die leidt tot vergaande Europese integratie, maar voorlopig het lidmaatschap open laten staan. Het is een invulling van het Oostelijk Partnerschap met de landen die tussen de Europese Unie en Rusland liggen. Het moet een oplossing vormen voor drie staten die Europees gezind zijn: Oekraïne, Georgie en Moldavië. Landen voor wie het EU-lidmaatschap voorlopig onbereikbaar is, vanwege geopolitieke en binnenlandse redenen. Maar wie het akkoord leest weet duidelijk: dit gaat om Europese integratie van deze landen. 

Opmaat naar EU-lidmaatschap
Hoe kan een weg naar EU-lidmaatschap er dan uitzien? Ten eerste heeft de president van Oekraïne al aangegeven kandidaat-lid te willen worden van de Europese Unie in 2020:

"I believe that in the coming years, thanks to our dedicated work and changes in the country, Ukraine will be entitled to receive a status of a candidate for accession to the EU”: president Poroshenko.

Ook is de eerste horde al genomen door een resolutie van het Europees Parlement (2014) die stelt dat het land op termijn een lidmaatschap kan aanvragen. De bal ligt daardoor bij de lidstaten. Die zijn terughoudend. Merkel heeft al gezegd voorlopig weinig te zien in een lidmaatschap, en Commissie-voorzitter Juncker verwacht een lidmaatschap op z’n vroegst over 20-25 jaar.

Natuurlijk kunnen lidstaten de toegang nog lang rekken en frustreren. Turkije kan daar alles over vertellen. Maar de strategische belangen van Europa zijn een stuk groter in Oost-Europa. Halverwege deze eeuw vormt de huidige Europese Unie een te klein blok in de wereld, zowel qua bevolking (5%) als economisch. Ook heeft het de grondstoffen in Oost-Europa hard nodig. Als puntje bij paaltje komt zal daarbij de beschaving in Oost-Europa dichterbij ons staan dan Noord-Afrikaanse landen of Turkije. De keuze voor o.a. Oekraïne zal zich dan vanzelf opdringen. Rutte zul je hierover niet horen spreken, omdat hij niet spreekt over de lange termijn van de Europese Unie.

Het is duidelijk voor veel experts dat er nog twee uitbreidingen voor de EU komen. Ten eerste is dat de integratie van de Balkan. Daarna volgt nog een ronde in het Oosten, met Georgie, Moldavië en Oekraïne als voornaamste kandidaten. In het huidige klimaat (euroscepsis hier en een assertief Rusland daar) zal dat er op korte termijn niet van komen. Maar het is vrijwel zeker dat het op de lange termijn aan de orde komt. Deze associatieakkoorden bereiden ons daarop voor. Want als Oekraïne zich weet te ontwikkelen tot stabiele democratische rechtsstaat, economische geïntegreerd in de EU met wetgeving en waarden afgestemd op de Europese Unie: waarom zou het dan niet politiek en economisch verder geïntegreerd worden? Die vraag zal zich vroeg of laat opdringen, zeker als de jonge generaties zo gericht blijven op Europese waarden als ze nu zijn.

Conclusie
Het associatieakkoord is het meest vergaande associatieakkoord dat de EU ooit gesloten heeft. Het zorgt ervoor dat Oekraïne toegang krijgt tot de interne markt van de Europese Unie, haar instituties en financiële programma’s. In ruil moet het voldoen aan vele standaarden en haar wetgeving in lijn brengen met de EU. Daarmee zal het, als de uitvoering een succes is, makkelijker zijn om in de toekomst een aanvraag voor lidmaatschap in te dienen. Onze regering presenteert het als een alternatief voor het lidmaatschap van de EU. Dat kan voorlopig zo zijn, maar de Oekraïners zijn zelf vastbesloten uiteindelijk voor lidmaatschap van de EU en NAVO te gaan. De aanvraag gaat er eens komen.
Rutte’s vergelijkingen met het songfestival en andere associatieakkoorden veroorzaken mist. De doelstelling van het akkoord betekent vergaande integratie van Oekraïne in de Europese Unie. Dit gebeurt enkel als Oekraïne zich aan haar verplichtingen houdt. Rutte kan daar maar beter open en eerlijk over zijn, zonder zich te verschuilen in het formele argument dat Oekraïne geen EU-lid wordt. Hij heeft daar strikt genomen gelijk in, maar inhoudelijk snijdt het weinig hout. Het is als voorstander misschien onverstandig om te zeggen, maar wel eerlijk: dit associatie-akkoord is een opstap naar vergaande politieke en economische integratie van Oekraïne in de Europese Unie. Voorlopig zonder lidmaatschap, maar dat zal op langere termijn als vraag opkomen. Dit akkoord legt daarvoor de basis.

 

Sywert van Lienden
Disclaimer: volgende week stem ik als gematigd voorstander van het akkoord ‘ja’. Stukjes als deze schrijf ik op persoonlijke titel.


Voorbeelden
Wat zijn nu voorbeelden van de vergaande integratie? Hieronder staan een aantal artikelen die opmerkelijk ver gaan (voor een handelsakkoord). Deze gaan ook verder dan andere associatie-akkoorden.

Titel 2, art. 7 lid 1 (convergentie buitenland en veiligheidsbeleid EU en Oekraïne)
De partijen intensiveren hun dialoog en samenwerking en ondersteunen de geleidelijke convergentie op het vlak van buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), en besteden bijzondere aandacht aan conflictpreventie en crisisbeheer, regionale stabiliteit, ontwapening, non-proliferatie, wapenbeheersing en wapenuitvoercontrole en aan een betere dialoog over ruimtevaart, die van wederzijds belang is.

Titel 2, art. 10 lid 1 (samenwerking legers via oefeningen en opleidingen)
De partijen intensiveren de praktische samenwerking op het vlak van conflictpreventie en crisisbeheer, in het bijzonder met het oog op versterkte deelname van Oekraïne aan civiele en militaire operaties inzake crisisbeheer onder leiding van de EU en aan oefeningen en opleidingen, ook die in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB).

Hoofdstuk 28, art. 450 (deelname Oekraïne aan Europese agentschappen naar keuze)
Oekraïne mag deelnemen aan EU-agentschappen die relevant zijn voor de uitvoering van deze overeenkomst en aan alle andere EU-agentschappen, indien dat mogelijk is op grond van de oprichtingsverordening en op de daarin vastgelegde voorwaarden.

Titel 6, art. 453 (Oekraine krijgt toegang tot subsidies, leningen en garanties via EU-programma’s)
Oekraïne komt in aanmerking voor financiële bijstand via de relevante EU-mechanismen en -instrumenten voor financiering. De financiële bijstand moet bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en wordt verstrekt overeenkomstig de onderstaande bepalingen.

Titel 1, art. 19, lid 3 (visumvrij reizen op termijn voor Oekraïne)
De partijen blijven geleidelijk evolueren in de richting van een op termijn visumvrije regeling, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit wordt voldaan, als bepaald in het uit twee fasen bestaande actieplan voor visumliberalisering dat tijdens de top tussen de EU en Oekraïne van 22 november 2010 werd gepresenteerd.

Het verdrag is vrij goed leesbaar. Meer lezen? Kijk hier: http://wetten.overheid.nl/BWBV0006389/2014-06-27#Verdrag_Verdragtekst_1

7 Comments