De kansen op een Brexit volgens peilingen 6 juni

Groot in alle ochtendkranten: ‘Brexit kost ons 10 miljard euro’. Het Brexit-referendum 23 juni a.s. wordt steeds spannender. Hoewel de peilingen laten zien dat de grootste kans nog steeds is dat Groot-Brittannië kiest om in de E.U. te blijven, heeft het tegenkamp nu het momentum. Het wordt een penny op z'n kant. Wat zijn hiervan de gevolgen voor Nederland? De rekenmeesters van het Centraal Plan Bureau (CPB) zetten het op een rijtje

Kort gezegd: Nederland zal verarmen door een eventuele Brexit. Men schat het effect op 1,2% van het BBP (zo'n 10 miljard euro), ofwel zo'n €575 p.p. in 2030. Mocht door de afname van de onderlinge handel ook de innovatie en productiviteit afnemen, dan kan dat toenemen tot 2% van het BBP (zo'n 16,5 miljard euro), ofwel zo'n €1000 p.p. Om tot die cijfers te komen doet het CPB de volgende aannames:

  1.  De Britten stemmen in meerderheid voor een Brexit;
  2. De Britten zullen nog twee jaar deel uitmaken van de EU en daarna nog enkele jaren heronderhandelen over hun relatie met de EU;
  3. De Britten gaan niet voor lidmaatschap van de Europese Economische Ruimte (a la Noorwegen) of bilaterale akkoorden (zoals Zwitserland);
  4. De Britten zullen terugvallen op WTO-regels of.een eigen handelsakkoord met de EU;
  5. De samenstelling van de onderlinge handel verandert niet anders dan door handelsbarrières;
  6. De Britten zullen goederen en diensten gaan verhandelen die afwijken van Europese normen en standaarden;
  7. Ev: De Britten gaan minder gaan innoveren en worden minder productief door de afnemende handelscontacten met de EU;

Er zijn nogal wat redenen om sceptisch te zijn over de precisie van deze berekening.

1. Wie weet hoe de wereld er in 2030 uit ziet?
Het CPB houdt alle overige omstandigheden 'ceteris paribus' (dus: gelijk) en probeert de Brexit te isoleren. Dit is vrijwel onmogelijk en een modelmatige kijk op de wereld. Kijk naar de handelssamenstelling van rond de eeuwwisseling. Zijn de verwachtingen van destijds uitgekomen? Nee. De dotcombubbel van 2001, de versnelde opkomst van China, versnellende automatisering, de financiele crash van 2008, oorlogen en boycots, de daadwerkelijke effecten van de euro(crisis): ze stonden in niemands boekje maar bleken de wereldhandel zeer sterk te sturen. Kijk we vooruit, dan is het zeer onwaarschijnlijk dat grosso modo de wereld hetzelfde blijft als dat deze nu is. Tot op de komma voorspellen wat het effect van een Brexit op de wereldhandel in 2030 zal betekenen is dus nonsens; hooguit is een trendmatige richting te geven. Die is in het geval van een Brexit licht negatief. Meer valt er niet van te maken.

2. Gaan we echt barrieres opwerpen?
De EU exporteert meer naar Groot-Brittannië dan het importeert. Het heeft er dus belang bij de toegang tot de Britse markt open te houden. Groot-Brittannië heeft dat andersom ook vanwege de grote afhankelijkheid. En voor Nederland geldt dat al helemaal met een export die bijna twee keer zo groot is als de import (2015: €38 miljard export, €20,9 miljard import). Terugkeer naar WTO-regels voor de regulering van de handel met de EU is daarmee zeer onwaarschijnlijk. Het idee dat Turkije qua handel beter geïntegreerd zal zijn dan Groot-Brittannië is gewoonweg bespottelijk. Zeker gezien het feit dat Groot-Brittannië in 2060 de grootste bevolking op het Europese continent heeft. En de komende vijftien jaar waarschijnlijk al economisch het stokje overneemt van Frankrijk en Duitsland als grootste economie. De dreigementen van Juncker dat de Britten een plekje op de achterste rij krijgen gaat tegen ieders belang in.

3. 

 

Comment