De kranten staan er vol mee, tijdens verkiezingsdebatten komt het altijd weer terug. Uitgesproken met liefst een flinke zucht. De naam van het beestje:  ’de’ marktwerking in de zorg. Wat ‘de’ marktwerking precies is en hoeveel ‘het’ moet zijn? Daar word je niet snel wijzer van als gezond persoon. Maar het was recent dat ik het chagrijn op waarde kon schatten. 

Stel: je hebt chronisch (zenuw)pijn in je rug. En dat bij vlagen, al een jaar of twintig. Dan zit je periodiek weer eens bij een arts. Alle vormen van fysiotherapie kun je inmiddels niet meer tellen. Maar het zit toch wel in de weg, dus vol goede moed ga je weer eens het medisch circuit in. Gesprekje hier, scannetje daar.

Dan kom je dus bij de huisarts die poortwachter is. Zij bepaalt wat wel en niet mag. En heeft incomplete documentatie van je zorgverleden, dus je begint weer van voor af aan. En wat altijd mag: het goedkoopste. Dus eerst weer therapie, die je zelf betaalt. Helpt niet. Dan maar andere goedkope middelen, medicijnen. Eerst zwakke, daarna sterkere. En zelfs medicijnen met grove bijwerkingen. Gratis tip voor een vrolijke zomer: antieke antidepressiva als pijnbestrijding, begin er niet aan. Baat het niet, dan schaadt het wel. Na aandringen dan toch een scan. Maar dan wel een goedkope die beperkt zicht biedt op het onderliggende probleem. Eigenlijk weet je al dat dit niet gaat helpen, want je hebt dit al een keer doorlopen. En ja: er valt niets te zien. Maar je hoort al: we proberen alles om de inzet van een specialist te voorkomen. Het voelt als kleine kosten maken om grotere kosten te besparen. Maar ook: goedkoop, duurkoop. Want al die zorg gaat je niet vooruit helpen, maar je doet braaf mee omdat je uiteindelijk bij een specialist uitkomt. Uiteindelijk beland je dan gelukkig op de overlegtafel tussen de artsen: krijgt deze patiënt een plekje op de wachtlijst? Antwoord na wikken en wegen: ja.

Na een wachtlijst van een maand of drie krijg je een intake. Ook hier weer hetzelfde mechanisme: eerst alles doen wat makkelijk en goedkoop is, en dan schalen we op. Weer wachten, want direct beginnen met een behandeling kan niet vanwege de hoge vraag en het het beperkte aanbod door terughoudende verzekeraars (genaamd ‘het plafond’) voor pijnmedicatie. Ander ziekenhuis? Onmogelijk, want dan begin je weer van voor af aan met de wachtlijst (3-6 maanden). En je hebt dagelijks zoveel pijn dat het geen optie is. Je bent afhankelijk van één aanbieder. Geluk bij een ongeluk: het ziekenhuis is recent gefuseerd. Meer efficiëntie, lagere kosten en hogere kwaliteit door schaalvergroting is de belofte; marktwerking avant la lettre. Bij het zusterziekenhuis kun je wel terecht bij een andere arts, blijkt na wat gechagrijn. Voor jezelf op (kunnen) komen betaalt zich uit. Jottem.

De behandeling die je krijgt kan worden uitgevoerd met één medicijn die gemaakt wordt door één fabrikant. De overheid stelt de prijs vast. De verzekeraar vergoedt het medicijn ‘in principe’ niet. Maar, zegt de verzekeraar er cryptisch bij: de arts bepaalt. De arts bepaalt of hij/zij de medicatie bij een bepaalde Diagnose Behandel Combinatie (DBC) onderdeel van de behandeling acht. Artsen worden hierop weer streng beoordeeld via de contracten die gesloten worden, in de hoop dat ze terughoudend zijn met medicijngebruik ten opzichte van hun ‘peers’.

Het middel in kwestie blijkt bijvoorbeeld na bestraling en chemotherapie vrij vaak ingezet te worden en dan vergoed te worden. Voor zenuwpijnen ben je afhankelijk van de arts én de verzekeraar. De arts moet mee willen, en het ‘plafond’ tussen ziekenhuis en verzekeraar biedt al dan niet voldoende ruimte. Kosten van de inzet (medicatie + behandeling) van het medicijn: onbekend voor de patiënt. Het uitzoeken kost flink tijd en het ziekenhuis geeft niet graag inzicht. Maar je denkt: ik heb nu eindelijk een plekje, dus ik laat het niet schieten. Of het nou vergoedt wordt of niet, ik ga ervoor. De rekening komt later wel. Schatting: enkele honderden tot paar duizend euro bij een paar keer herhalen. En ik heb de dikste zorgverzekering met alles erop en eraan, dus echt fout zal het niet niet lopen. Toch?

Een week later lijkt de behandeling redelijk aangeslagen te zijn, met dank aan vriendelijke en professionele zorgverleners. Maar resumerend: ik heb een behandeling gekozen waarvoor ik eerst verplicht andere zorg heb moeten ‘consumeren’, die beschikbaar is via één dienstverlener, met medicatie van één fabrikant, waarvan nog ná de ingreep onduidelijk is wat de kosten zijn die zouden moeten bijdragen aan mijn keuzeproces,  waarvoor ik lang moest wachten en waarvan de inzet een beetje als een loterij voelt (welke arts en verzekeraar je bij toeval treft) op basis van een incompleet dossier voor zowel arts als patiënt. Marktwerking, welke marktwerking? Alle voorwaarden voor een gezonde markt ontbreken: een prijsmechanisme, een gelijk speelveld, informatie, vrijwilligheid en voldoende aanbieders.

De kosten van dit zorgtraject zijn buitensporig hoog geworden door dit eindeloze gepingel tussen staat, zorg en verzekeraar. Terwijl de patiënt in feite buitenspel staat en al vroeg had kunnen aangeven welke zorg (on)gewenst was. En het is nog niet klaar. In totaal duurt deze zoektocht al bijna een jaar. Een jaar met pijn en lagere productiviteit. Indirecte kosten die mogelijk hoger zijn dan een directe behandeling. Bovenstaande is natuurlijk maar één voorbeeld, N=1. En hoe het beter zou moeten? Daarvoor begrijp ik er nog steeds te weinig van. Maar: wie wordt hier nu beter van?

Update: ziekenhuis heeft inmiddels laten weten het medicijn op te nemen in de DBC voor deze behandeling.

6 Comments