Deze week: vriendschap, De Gaulle, oorlogsklassieker, meritocratie & retorica

Elke twee weken een lijstje met boeken die interessant zijn om te lezen. Nieuw of oud, fictie of non-fictie, dun of dik, klassieker of onbekend: het enige criterium is of ze met plezier gelezen zijn.

Fred Uhlman – Reünie

image
image

Deze novelle (<100 blz) over vriendschap bewijst dat een kort verhaal heel krachtig kan zijn. Nog nooit heeft een slot van een boek me zo aangegrepen als de laatste pagina’s van dit pareltje.

Hans Schwarz zit in 1932 op het gymnasium. Als zoon van een Joodse arts uit Stuttgart, die ondanks de dreiging van de opkomst van antisemitisme een groot vertrouwen heeft in de Duitse samenleving, weet hij zijn draai niet te vinden. Dat verandert wanneer een nieuwe jongen arriveert op zijn school die hem direct fascineert. Deze nieuwe vriend is graaf Konradin van Hohenfels. Hans vereert Konradin, en ze hebben een intense vriendschap; ze geven elkaars leven zin en kleur. Het is echter ook een ongelijk vriendschap, en niet alleen omdat de één van adel is. De moeder van Konradin dweept met Hitler en Konradin verzwijgt dan ook dat zijn vriend Hans joods is.

Hans zal vanwege de dreiging uiteindelijk moeten vertrekken naar Amerika. Beide jongens geloven echter niet dat de dreiging van het nationaalsocialisme echt zo groot is. Als liefhebbers van literatuur, kunst en filosofie geloven ze dat Duitsland met zijn traditie van grote schrijvers, kunstenaars en filosofen zal opstaan tegen deze barbarij. Maar uiteindelijk lijkt Konradin te vallen voor de ideeën van Hitler en zal Hans zonder zijn vriend en ouders elders zijn leven moeten voortzetten. Pas dertig jaar later zal hij een punt kunnen zetten achter het verraad door zijn vriend, dat de oorlog en de Duitsers Hans hebben opgelegd.

Sam Leith – You talkin to me? Rhetoric from Aristotle to Obama

image
image

Is retorica een kunst, of een kunstje? De vraag wat de waarde is van taalkundige wapens voert terug tot de oude Griekse filosofen. Ook nu nog hoor je vaak politici elkaar wegzetten met die ene zin: ‘dat is valse retoriek’. Retorica krijgt door veel politici een slechte naam. Framing en taalkundige spelletjes leiden vaak tot cynisme en vermoeidheid. Het Ruttiaans acrobatische taalgebruik is een voorbeeld daarvan. Dan lijkt de vorm de inhoud te domineren.

Maar retorica, de kunst van welsprekendheid, gaat in essentie om het overtuigen van iemand. Daarom wordt het vaak geassocieerd met politiek. Maar ook als je iets wilt verkopen, iemand enthousiast wilt maken, afscheid wilt nemen (bijvoorbeeld bij een begrafenis) of gewoon wilt winnen in de kroeg bij discussies helpt het als je weet hóe je iemand kan overtuigen. Het structureren, verrijken en verhelderen van je taalgebruik helpt enorm om je inhoud een betere vorm te geven.

Sam Leith heeft een goed boek geschreven voor zowel beginners als wat meer ervaren sprekers. Zowel de beginselen van retorica uit de oudheid (Aristoteles, Cicero, het Ad Herennium) als uit het heden (Obama, een Britse legerleider in Irak) worden behandeld. Zo leer je over de theoretische beginselen, en aan het eind van elk hoofdstuk ontmoet je een begaafde retoricus uit de praktijk (Martin Luther King, Churchill, Hitler, de duivel etc). Het boek maakt je enthousiast en zit vol inzichten, leuke voorbeelden en tips. In zijn enthousiasme is Sam Leith soms wat springerig, maar als beginnende retoricus is het een heel handig en leuk boek om te lezen.

Christopher Hayes - Twilight of the Elites, America after meritocracy

image
image

Door het boek van Piketty staat er over inkomens- en vermogensongelijkheid elke dag wel een opiniestuk in de krant. Maar dat zijn uitkomstresultaten (rijk worden, en daarna nog rijker worden door rijk te zijn and vice versa). Hoe zit het met de kern: kansen(on)gelijkheid? In het steengoede boek van Christopher Hayes (politiek commentator) pakt hij de meritocratie van Amerika hard aan. Een meritocratie, een samenleving waar ‘the best and brightest’ de hoogste maatschappelijke posities innemen.

Het nadeel volgens Hayes is dat de huidige ‘cult of smartness’ leidt tot gesloten netwerken waardoor de sociale mobiliteit van Amerika daalt. Hayes weet dit slim te verbinden aan de oorzaken van de financiële crisis, het ENRON-schandaal, steroïdengebruik in de basketbalcompetitie, het misbruik van kinderen en de katholieke kerk, de gesloten politieke kaste etcetera. Zo leidt intense competitie voor de beste banen en kansen leidt tot een stimulus voor frauduleus gedrag en vervaging van morele normen. Een goed voorbeeld daarvan is het bonusbeleid bij bedrijven. De elite vindt manieren om de ‘neutrale’ testen voor scholen te omzeilen, bijvoorbeeld door bijles en culturele normen. En het rechtstelsel raakt vermolmd omdat je zo afhankelijk bent van de besten dat je ze anders gaat behandelen na slecht gedrag (kijk naar bankiers en de crisis, die goed zijn weggekomen omdat we zo afhankelijk van ze zijn).

Kortom: wil je nadenken over sociale mobiliteit en meritocratie, dan is dit een fijn boek.  Zelf heeft het mij op één punt echt van mening laten veranderen: het feit dat je enige mate van uitkomstgelijkheid nodig hebt om kansengelijkheid te creëren. In populair jargon: voortrekbeleid, dus bijvoorbeeld lager vertegenwoordigde groepen als allochtonen, vrouwen of kinderen uit arme gezinnen, actief voortrekken in het onderwijs of de arbeidsmarkt is nodig om iedereen echt gelijke kansen te geven. Daar was ik altijd heel allergisch voor, maar nu zie ik daar deels het nut van in door dit boek. Puntje van kritiek: de analyse is beter dan de voorgedragen oplossingen. Maar daarover kun je na het lezen van dit boek zelf wel een stuk beter over nadenken.

Henk Wesseling – De man die nee zei

image
image

Charles de Gaulle is verkozen tot ‘grootste Fransman aller tijden’. Behalve van de overstapjes op de Parijse luchthaven en wat profielen in kranten had ik zelden wat over hem gelezen. Niet gek ook, want over de grote Fransen wordt in ons land vaak een beetje schamperend gedaan. De beknopte biografie van Henk Wisseling heeft daar verandering in gebracht. Wat een politicus was Charles de Gaulle.

De titel, de man die nee zei, is een leidraad door het boek: zei nee tegen de Franse politiek na de Duitse inval, een nee tegen Churchill, nee tegen de derde en vierde Franse republiek, nee tegen de Franse koloniën en nee tegen een Amerikaans en Engels Europa. Op heel heldere wijze verbindt Wesseling de persoonlijkheid van De Gaulle met zijn politieke handelen. De Gaulle blijkt een paradoxale man: iemand die in verzet gaat maar de democratische spelregels volgt, militair is maar stopt met oorlogen, die eenvoudig leeft maar de Franse grandeur opnieuw uitvindt en vecht voor zijn politieke bestaan maar die ook zo weer opgeeft.

Het boek is goed leesbaar, zeker voor een biografie, en leert je veel over de Franse politieke cultuur. En vooral nu Frankrijk de zwakste en meest impopulaire president sinds de start van de vijfde republiek heeft is het interessant te zien wat de sterkste en meest populaire president kenmerkte.

Joseph Heller – Catch ’22

image
image

Hoe ontsnap je aan een oorlog? Met die vraag worstelt Yossarian, een bommenwerper van de Amerikaanse luchtmacht. Op het Italiaanse eiland Pianoso wordt Yossarion omringt door totaal verknipte figuren, karikaturen en stereotypen. Je hebt de maniakalen, de bureaucraten, de onverschrokkenen, de lafaards, de corrupten, de doden, de ambitieuzen en de allerergsten: de bureaucraten. Yossarian besluit in de laatste oorlogsjaren dat hij weg wil, als zijn commandant telkens het aantal missies die gevlogen moeten worden blijft verhogen. Er zijn twee uitwegen: de dood of gek verklaard worden. Maar hier komt de Catch ’22: wie aangeeft gek geworden te zijn bezit nog enig verstand, terwijl wie werkelijk geworden is deze bureaucratische rompslomp niet kan afronden. Een Catch-22 is dus een paradoxale situatie waarin het onmogelijk is het gewenste doel te bereiken omdat de tegenstrijdige regels dat niet mogelijk maken.

Joseph Heller schreef het boek in de tijd dat de Amerikanen dieper in het Vietnam-conflict werden gezogen. Het is een boek dat de waanzin van oorlog en de bureaucratie daarvan satirisch en humoristisch wordt beschreven. Alle rationaliteit verdwijnt, en de waanzin voert de boventoon. Dat vraagt ook veel inspanning tijdens het lezen: er zijn zoveel personages en zoveel situaties kantelen continue. Soms lijkt het alsof Yossarian aan het ijlen is, maar dan blijkt het toch weer de realiteit te zijn. Toch is het één van de mooiste oorlogsromans die ik gelezen heb. Het verhaal is zo rijk, overvloedig, herkenbaar en humoristisch. En je weet eindelijk wat nou een Catch’22 is.

Comment